Snøfallvik
Hoofdstuk 1 – De Advertentie
Je vindt de brochure op een dinsdagmiddag in november.
Het is een van die dagen waarop alles grijs is – de lucht, de gebouwen, de blik in de ogen van de HR-manager die je net gedag heeft gezegd met een glimlach die al nee zei voordat haar mond de woorden vormde. "We laten je iets horen." Jullie allebei wisten dat ze dat niet zouden doen.
De wind rukt aan je jas terwijl je door de winkelstraat loopt. Het antiquariaat op de hoek is nieuw, of misschien heb je het nooit eerder opgemerkt. Boeken & Curiosa. De deur staat op een kier.
Je weet niet waarom je naar binnen gaat. Je hebt geen geld voor boeken. Maar je voeten dragen je naar binnen alsof ze een eigen wil hebben.
De eigenaar kijkt niet op. De radio speelt zachte jazz. Je dwaalt door gangpaden vol stapels boeken die tot het plafond reiken.
En dan zie je het.
Het ligt bij de kassa, half verborgen onder een oude concertfolder. Je hand beweegt ernaar toe voordat je het beseft – en het moment dat je vingers het papier raken, daalt de temperatuur in de winkel met tien graden.
Of zo voelt het.
Het papier is dik en crèmekleurig, koel onder je vingers. Kouder dan het zou moeten zijn. Op de voorkant staat een tekening van een dorp. Kleine houten huizen. Een haven met visserboten. Bergen bedekt met sneeuw.
Welkom in Snøfallvik.
Je hart slaat over. Zonder reden. Zonder verklaring. Alleen een plotselinge zekerheid dat dit belangrijk is – dat dit, op een manier die je niet begrijpt, voor jou bedoeld is.
Je slaat het open.
Bent u op zoek naar rust?
Naar stilte?
Naar een plek waar de wereld u niet kan vinden?
De tekst beschrijft een geïsoleerd vissersdorp in Noord-Noorwegen. Geen toeristen. Geen drukte. Een plek waar je kunt nadenken. Waar je jezelf kunt hervinden. Waar je opnieuw kunt beginnen.
Snøfallvik verwelkomt u. Huisvesting wordt verzorgd. Werk is beschikbaar. Een nieuw leven wacht.
Het klinkt te mooi om waar te zijn. Je zou de brochure terug moeten leggen.
Maar je doet het niet.
In plaats daarvan stop je hem in je jaszak en loop je naar buiten. De eigenaar kijkt nog steeds niet op. De deur valt dicht met een zacht belletje.
Pas drie straten verder realiseer je je dat je hem gestolen hebt. Je wilt teruggaan, betalen, je excuses aanbieden – maar als je omkijkt, kun je het antiquariaat niet vinden. De winkels zien er allemaal hetzelfde uit. Alsof de winkel nooit heeft bestaan.
Alsof de brochure de enige manier naar buiten heeft gevonden.
Die avond zit je op je bank en kijkt naar het nieuws zonder het te zien. Om halfelf pak je de brochure weer. Hij voelt nog steeds koel aan. Nog steeds vreemd. En onderaan, in kleine letters: Geldig zolang de sneeuw valt.
Die nacht droom je van sneeuw.
Je staat in een wit landschap. De vlokken vallen zo dicht dat je nauwelijks kunt zien. Ergens hoor je de zee – golven die op een kust breken. En in de verte, door de witte sluier, de contouren van een dorp.
Snøfallvik.
Je weet het met een zekerheid die geen uitleg nodig heeft. Dit is waar je naartoe moet. Dit is waar alles eindelijk goed komt.
Je versnelt je pas. Het dorp wordt duidelijker. De haven. De huizen met hun verlichte ramen. En figuren – mensen die in de straten staan, allemaal met hun gezicht naar jou gericht.
Alsof ze je verwachten.
Een vrouw tilt haar arm op – lang donker haar, een wit gezicht – en wijst. Niet naar jou. Achter je.
Je draait je om.
En dan wordt alles zwart.
Je schrikt wakker. 03:17. Je hart bonst. Je handen trillen.
De brochure ligt onder je kussen. Kouder dan ooit. Vochtig, alsof hij net uit de sneeuw is gehaald.
Om zeven uur, als de schemering door de gordijnen schemert, open je je laptop. Je typt de website in die onderaan staat.
De pagina laadt langzaam. Even denk je dat hij niet bestaat.
Maar dan verschijnt het beeld. Hetzelfde dorp. Dezelfde bergen. Dezelfde sneeuw.
Welkom. Wij hebben op u gewacht.
Er is een formulier. Naam, geboortedatum, reden voor interesse. Onderaan: De winter duurt hier lang. De nachten zijn donker. Niet iedereen is geschikt voor het leven in het noorden.
Je vingers bewegen al. Je naam. Je adres. En bij reden: Ik wil opnieuw beginnen.
Je klikt op verzenden.
Bedankt voor uw aanmelding. De sneeuw valt. We wachten op u.
Buiten breekt de zon door de wolken. Voor het eerst in weken voelt de wereld iets minder grijs.
Je weet niet dat dit het begin is. Je weet niet dat de brochure al duizenden anderen heeft gevonden – en dat geen van hen ooit is teruggekeerd. Je weet niet dat ergens in het noorden iets wakker is geworden. Iets dat wacht.
Je weet alleen dat je voor het eerst in maanden iets voelt wat lijkt op hoop.
En dat voelt genoeg.